Een distel in bloei
Een distel in bloei
Details
327 p.
Besprekingen
De Standaard
Kunst is voor de eeuwigheid wil het cliché, maar van hoeveel schrijvers, schilders, regisseurs of muzikanten is het werk werkelijk onsterfelijk? Meestal is het omgekeerde waar en overleeft de kunstenaar zijn reputatie, terwijl het werk al bij leven wordt vergeten. Over zo'n schilder gaat Een distel in bloei , de nieuwe roman van Bart Meuleman.
De ouders van Modest Dams hebben een verfwinkel, maar hij wil schilderen en kiest tegen hun wil voor het onzekere kunstenaarsbestaan. Op wat lessen bij een traditionele schilder die elke vorm van nieuwlichterij afwijst na, is Dams autodidact. Zijn eerste werk is braaf en belegen: landschapjes en interieurs. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, vallen die heimattaferelen in de smaak. Dams krijgt een paar opdrachten van collaborateurs. Ondertussen verzeilt hij - eerder per ongeluk en uit opportunisme dan uit overtuiging - in het verzet.
Gemankeerd
Na de oorlog vindt Dams zijn eigen stijl: hij verbeeldt het lijden aan de hand van dieren, die hij schildert met een expressionistisch kleurenpalet. Die bijzondere aanpak wordt opgemerkt door kunstkenners en Dams kent een succès d'estime, maar tot zijn frustratie blijven de collectioneurs achter. De verkoop loopt niet. Dat verandert als hij België mag vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië en Pablo Picasso zijn werk roemt als 'origineel'.
Tegelijk ziet hij daar voor het eerst radicaal vernieuwende hedendaagse kunst zoals werk van Jackson Pollock. Dams beseft dat wat hij doet veel minder opzienbarend is. Na die korte periode van bloei raakt hij helemaal uit the picture . Geprezen door Picasso en toch een gemankeerde wereldcarrière - het maakt van hem een verbitterd man.
Meuleman baseerde zich losjes op de levensgeschiedenis van de bijna vergeten Kempische schilder Jan Vaerten, wiens werdegang parallel loopt met die van Dams, zonder dat Een distel in bloei diens biografie is. Niettemin zijn veel scènes gebaseerd op historische feiten, en zijn veel figuren uit de contemporaine kunstwereld herkenbaar, zoals de schilders Albert Van Dyck, Jan Cox, Marc Mendelson, galerist Robert L. Delevoy, kunsthandelaar E.L.T. Mesens of criticus Jan Walravens. Meuleman geeft een levendig beeld van de boeiende Vlaamse kunstscene van de jaren 40 en 50.
Vooral schetst Meuleman het portret van een verdienstelijk schilder die gelooft dat hij een groot kunstenaar is, maar eigenlijk een klein mens is. Koppig, maar niet eigenzinnig genoeg; toegewijd kunstenaar, maar ook een burgermannetje; jaloers op het succes van vrienden; ijdel, maar onzeker.
De opofferingen, de twijfels, de kuiperijen - het wordt allemaal invoelend en met licht cynische humor beschreven. Al toont Meuleman ook mededogen met de zichzelf overschattende mens die denkt dat hij de geschiedenis zal ingaan, maar moet vaststellen dat hij maar een voetnoot zal zijn geweest. Of misschien dat niet eens.